Direct aanmelden als vrijwilliger!    volg ons op:                      
Verloop Nieuw
Verloop-nieuw

Op stap met Amelie

Amelie is van oorsprong Française, ooit als Au Pair en voor de Liefde in Nederland terechtgekomen. Ze is getrouwd, is docent Frans geweest en heeft een zoon op de middelbare school. Twaalf jaar geleden heeft ze een zware hersenoperatie gehad, sindsdien is ze grotendeels aan een rolstoel gekluisterd.

Ik kan haar moeilijk verstaan, omdat de helft van de mond niet meedoet en zij nog steeds voor een deel Frans spreekt. Ik probeer die mogelijkheid te benutten om tussen de bedrijven door wat bij te leren: kan ik meteen oefenen voor een mogelijke vakantie.
Overal in het huis zijn op handhoogte stangen of roeden gemonteerd om verplaatsing mogelijk te maken. Ze steekt haar handen uit ten teken dat ik steun moet bieden. Met beide handen trek ik haar omhoog, zij heeft nog flinke kracht in haar armen, zo voel ik, en zo komt ze overeind van de bank. Ik loop langzaam achteruit, met beide handen aangekoppeld, richting gang. In een omgekeerde ganzenmars lopen we zo richting voordeur, waar we haar jas aan doen. Ik probeer de ‘moeilijke’ mouw gereed te houden, dat gaat niet vlot, ik voel me daar onhandig in. De rolstoel gereed zetten kan ik beter.
Is het koud buiten? Voor mij is koud wat anders dan voor haar. Sjaal en muts? Geen muts. Als ze zit, wil ik de voetsteunen neerklappen maar ik krijg een venijnige grauw: dat doet ze zelf wel. Ook praat ik regelmatig in een oor dat doof is. Met een weids gebaar maakt ze me duidelijk dat dat oor buiten werking is en dat ik dus bij het andere oor moet aanbellen. Ik ben hardleers, vergis me nogal eens, want als ik tegenover haar ben is het net andersom als wanneer ik naast haar ben. Hoe onthoud ik dat? Links-rechts beklijft te weinig in mijn hersens. Ik ben een snelle denker, maar een slechte onthouder.

Onderweg wijst ze me met haar vinger waar ik de stoep op moet. Daarin is ze geroutineerder dan ik, ze kent de knepen van de trottoirs in haar buurt perfect en ook de risico’s; waar kunnen ineens fietsers en brommers tevoorschijn schieten. Het is inderdaad oppassen geblazen en soms vergeet ik dat; met de rolstoel kan ik niet zo snel opzij schieten als zonder.
Op de markt en in winkels valt me op dat het personeel ruim de tijd en ook de moeite neemt om haar te woord te staan. Ook de omgeving reageert als regel coulant als ik met de rolstoel aan het manoeuvreren ben. Daar ben ik blij mee, het maakt me bovendien populair, zo heb ik de indruk. Ik lijk een goed mens, dat vind ik een goed gevoel.
We drinken een kopje koffie bij een restaurant. We trekken weer naar huis. In de rolstoel gezeten vertelt ze heel wat, ik kan het gedeeltelijk verstaan en een klein beetje begrijpen.

Thuis gaat alles in omgekeerde volgorde: jas uit gaat makkelijker dan jas aan. Waar is de agenda? Voor een volgende datum. Ik kan hem niet vinden en schijf het op haar aanwijzen op een papiertje. Dat gaat  kwijt raken. Bij het weggaan zie ik een bordje aan de wand: ’La vie est belle’.

Vrijwilliger Kees van Manteling